Terug

 

Duitsland

Neuschwanstein

Zwarte woud

 

Frankrijk

Jura

Natuurpark Jura

Vogezen

 

Liechtenstein

Informatie

 

Tsjechië

Toeristische informatie

Foto's en info

 

Zwitserland

Alle informatie

Skiën op de gletsjer

Sint Bernhard:
de pas

de hond

 

Foto's van de reis

Als u met de muis een foto aanwijst en er verschijnt een handje, is er een vergroting of een verwijzing naar een deel van het verhaal  beschikbaar.
 

(Gemiddelde tijd is 300 seconden bij een internet- verbinding van 36k6)

 

Tittisee

 

 

Zwarte woud

 

 

Cascades du Hérisson

 

 

Naar de Cascades

 

 

Briquette
én het paaltje!

 

 

Motard Christophe met zijn zelf verbouwde Guzzi

 

 

Jura

 

 

Glacier 3000 bij Gstaad

 

 

Rhône gletsjer

 

 

Romantische avond aan de Kochsee in Beieren

 

(Alle foto's copyright

G. Bruijnes)

 

Als een

Een toertje van 5.000 kilometer door: Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Liechtenstein, Duitsland (Beieren), Tsjechië, Duitsland.  

  klik op één van de foto's voor een vergroting 

Dag 1

Het is bijna een traditie te noemen: voor vertrek eerst drie uur sleutelen, deze maal is het een slecht contact, maar ach de Wing is dan ook al dik twaalf jaar oud en heeft er al bijna een ton opzitten. Daarna in een ruk door gereden naar Herbolzheim aan de voet van de bergen van het Zwarte woud in Zuid-Duitsland. De Duitse Goldwing club organiseerde het treffen van 2001 in deze plaats. Ik heb de vakantie deze maal zo gepland dat ik in twee-en-een-halve week drie treffens bezoeken kan.

Voor degenen onder u die onbekend zijn met het verschijnsel “treffen”: een groot aantal motorrijders die een bepaald merk rijden of lid van een bepaalde club zijn, verzamelen zich meestal gedurende een weekend. Als het even kan ergens op een groot weiland. De tent wordt opgezet, er is muziek, er worden meer of iets minder spiritualiën genuttigd en er wordt eindeloos geouwehoerd en verteld waar men deze keer weer allemaal heen gereden is, nog heen zal rijden, wat er aan de fiets kapot gegaan is en hoe men dat gerepareerd heeft. Dan worden er één of meer ritjes georganiseerd waarbij men zich mooi oppoetst en in het geval van de Goldwing club, alle verlichting ontsteekt om zich als rijdende kerstboom door de plaatselijke bevolking te laten bewonderen. U begrijpt: reuze gezellig allemaal.

  Twee rijdende kerstbomen

’s Avonds om tien uur ben ik ter plekke en nadat de tent opgezet is, begeef ik me naar de feesttent waar de tap staat en pak een biertje, maar ik ben moe en na dat ene exemplaar  dus gevloerd en lig al snel in de slaapzak.

Dag 2

Ik slaap uit en nuttig vervolgens een lekker ontbijt met genoeg koffie om een olifant in de stress te laten schieten. Dan duikt mijn vriend Bernd op en samen met Willy vertrekken we richting Tittisee. Volgens Willy spellen we dat helemaal verkeerd: Tittensee is een betere benaming, maar hij heeft dan ook een bepaalde kijk op de vrouw. Het is niet ver en de rit door het Zwarte Woud is altijd goed voor een paar lekkere bochten en mooie vergezichten. Er is een parkeerplaats waar we de motoren neerzetten. Te voet gaan we naar het centrum en strijken neer op het terras van een ijscafé. Bernd merkt op dat de jongedames die ijs staan te scheppen Russinnen zijn – hij heeft daar kijk op – en Willy besluit dat de meisjes zo hard gewerkt hebben dat ze nu wel eens toe zijn aan een uitstapje. Met ons welteverstaan!

Hij is zo hardnekkig dat een oudere dame verschijnt, die ten langen leste Bernd aanschiet, die immers van ons drieën duidelijk de oudste is, en vraagt of hij zijn zoons ervan op de hoogte wil stellen dat het hier haar dochters betreft, dat het nog kinderen zijn en of de jongens nu eens willen ophouden met klieren. Wat Bernd de opmerking ontlokt dat kinderarbeid in Duitsland verboden is.

We huren een roeiboot en slingeren ons een uur in de meest waanzinnige bochten over de Tittisee. Samen roeien is veel lastiger dan samen motorrijden. Op de terugweg begint het tamelijk te regenen. Op het treffenterrein aangekomen, maak ik eerst wat te eten. De avond wordt gevuld met sterke verhalen en het maken van nieuwe vrienden en kennissen.

Dag 3

De volgende dag maak ik met Bernd een aardig ommetje. We steken de Rijn over en rijden aan de Franse kant stroomafwaarts, steken opnieuw over naar Duitsland. Onderweg krijgen we een daverende onweerbui te verwerken. Gelukkig kunnen we schuilen bij een tankstation. Het groepje motorrijders dat tien minuten na ons komt schuilen, heeft niet zoveel geluk. Ze staan minstens even zolang uit te lekken.

Dag 4

Deze zondagochtend begint met een “motorrad Gottesdienst” in de feesttent. Zo’n 200 motorrijders en evenzoveel belangstellenden uit het stadje wonen de dienst bij die door een dominee en een priester geleid wordt. De teksten van de liederen gaan allemaal over het motorrijden en het geloof. Er is een alternatieve vorm van avondmaal, we krijgen allemaal een paar geverfde veren, de mijne blijven de hele vakantie achter de ruit van de Wing zitten. Na afloop van de dienst mochten de motorrijders die dat wilden de motor in de tent rijden en deze laten zegenen. Nog nooit meegemaakt. De ene voorganger rijdt zelf ook. Hij bezoekt de leden van zijn gemeente op een 25 jaar oude BMW.

Vannacht bewoog er regelmatig iets onder het grondzeil van de tent en bij het afbreken bleek een muisje zich illegaal toegang tot mijn waterdichte roltas van Louis geknaagd te hebben. Het nest was al gemaakt en het diertje zit me van onderin met pientere oogjes aan te kijken. Het wordt toch evacuatie en ik plak de gaten maar provisorisch dicht.

Via Breisach en Colmar rijd ik over de Col de Schlucht de natte Vogezen in. Een rondje om Gérardmer, vast mooi als de zon schijnt. Een camping gezocht aan Lac de Longemer. De wolken hangen bijna op het water. “Mais demain le soleil monsieur!” zo weet oma van de camping stellig.

Dag 5

Het heeft de hele nacht om de haverklap geregend. Ik leg het luchtbed op het AD van zaterdag dat ik in het winkeltje tegenover te koop is en dat naast allerlei SM blaadjes ligt. Sadistisch volkje die Fransen, of juist niet? Waar kwam die markies ook al weer vandaan?

Nou niks “demain le soleil”. Nat inpakken is vervelend, nat wegrijden en nat verder rijden niet minder. Ik stap ergens langs de kant af en dreig de weergoden desnoods door te rijden naar Monaco want daar schijnt de zon. Dat helpt, het wordt langzamer iets minder nat. Ik beland in de Jura en besluit in Salin des Bains te capituleren voor de aanblik van een hotel. De dame achter de balie doet mij terugdenken aan mijn Franse juf in klas 1 van het voortgezet onderwijs. Bijdehand, snel sprekend en de nachtmerrie van iedere brugpieper, behalve die één of twee met Frans als hobby. 

Salin des Bains is een een treurig stadje, veel dichtgespijkerde winkelpanden. Hoge werkeloosheid, zo vertrouwt de receptioniste me toe. Ze kijkt wat verwonderd wanneer ik wel een keer of drie heen en weer loop, gaat er zoveel in zo’n motor? Tja, zij kent mijn anti-nat-weer systeem niet. Mijn hotelkamer ziet er uit als een uitdragerij: tent opgezet naast het bed, de was doen in de douchebak en drogen op de verwarming, op de deur en met behulp van de föhn. Het water druipt van de ramen…

Ik eet een Plat Regional du Jura die vooral bestaat uit gefrituurde aardappelen, een stuk kaas, salade met zure saus en natuurlijk de plaatselijke paté. Ik bekijk het stadje en kom tot de volgende conclusie als ik alle kerken, scholen en instituten zie:

Alle mensen zijn hetzelfde
Al honderden jaren
I
k een kerk, jij ook
Jij een school, ik ook
Ik een geloof, jij ook
Jij een overtuiging, ik ook… 

Dag 6

Dit wordt een dag met veel cultuur. Eerst de zoutwinningfabriek van Salins die ik samen met een schoolklas bekijk. Nooit geweten dat zoutbelasting de vroegere vorsten zoveel rijkdommen opleverden. Op zeker moment werd de zoutwinning verplaatst naar Arc-et-Senans. Per pijpleiding werd het zoute bronwater daarheen vervoerd. De Saline Royale staat er prachtig te wezen. De architectuur is geweldig. Er zit een hele filosofie achter; een ruime opzet van een dorp of een stad zou automatisch tot de beter mens leiden.

Via Arbois – een gezellig aandoend stadje waar het volgens mij goed toeven is – rijd ik richting Champagnole. En dat lukt deels ook wel, maar een wegwijzer naar ‘Cascades du Hérisson’ trekt mijn aandacht.

Nou duurt het effe maar dan eindigt de tocht voor een tolpoortje in een doodlopende vallei. Had ik maar effe gewacht tot na zessen want dan was het gratis, nu kost het weer vijftien franc.

De watervallen zijn buitengewoon mooi. Er is een verloop van ruim 250 meter en de wandelroute meet 3,7 kilometer. Er zijn grote en verschillende kleinere. Tussen mei en september worden de watervallen door ongeveer een half miljoen bezoekers bekeken.

Terug bij de parkeerplaats besluit ik op de nabij gelegen camping te overnachten. De camping wordt bemenst door een aantal medewerkers die zich ’s avonds na het werk terugtrekken in hun eigen dorpje van tenten-en-oude-caravans, verscholen achter een paar bosjes. Er is een “motard”, Christophe, een vrolijke vent met een verbouwde Guzzi en hij nodigt me uit voor een gezellig avondje achter de bosjes.

Nee, niet wat u denkt, het wordt echt gezellig want de baas, die de camping huurt, is er niet. Karla, die als animatrice kinderen in vakanties bezig houdt en er een weekje werkt, en Christophe verdwijnen met een oude auto in de bosjes…

Nee alweer mis, ze komen terug met een flinke voorraad brandhout. Het vuur laait spoedig zo hoog op dat in Nederland er al lang een bezorgde ambtenaar naar de hinderwetvergunning geïnformeerd zou hebben. UFO, de hond springt minstens een meter hoog bij zijn vruchteloze pogingen alle vonken te vangen. En de geit, Briquette, sluipt telkens weer op slinkse wijze de tent van een van andere medewerkers binnen om zich aan de croquettes, oftewel de hondebrokjes, rond te vreten.

De sterren zijn prachtig in deze doodlopende vallei waar geen kunstlicht is en de gsm alleen maar op het uiterste puntje van de parkeerplaats werkt… net! Warm aanbevolen! Maar let op, mocht u ook het geluk ten deel vallen om achter de bosjes genodigd worden pas dan op, als u ’s avonds laat weer uw weg naar de tent zoekt, dat paaltje waar Briquette aan vastgebonden wordt en dat middenin het weiland staat, is kruishoog…

Al weer dat paaltje!

Met dat kunstlicht is iets aan de hand… Ook op de camping is namelijk geen verlichting en in de toiletten is een bewegingsmelder die drie minuten lang het licht inschakelt. Christophe had me al gewaarschuwd: snel douchen! En dat ben ik van plan, toch wel lekker om de rook van het vuur weer kwijt te raken, dus rond middernacht naar het dichtstbijzijnde toiletgebouw.

Of daar nu geen bewegingsmelder is of dat deze defect was, geen idee. Dan maar naar het hoofd toiletgebouw. Het licht gaat aan, snel uitgekleed en… handdoek vergeten! Hmm… er is toch geen verlichting en iedereen is al in diepe ruste, dus in adamskostuum even snel een sprintje trekken naar de tent. Terug, haar wassen, de rest inzepen en verdorie… ’t licht gaat uit. Hmm… er is toch geen verlichting en iedereen is vast al in diepe ruste, dus met de zeep in de ogen even naar buiten, even een ingezeepte bloterik in de schijnwerpers, snel naar binnen en weer drie minuten licht. De volgende dag keek een medekampeerder me wel aan met zo’n glimlach. Hmm

Dag 7

Zonnen, de was doen en natuurlijk een rondje op de motor: Doucier, St. Laurent, Morez, St. Claude over de D69, mooie bochten. “Comme l’amour” aldus Christophe. Barrage de Vouglans, Meussia, Etival, mooi klein weggetje door het bos. In Clairvaux een lichtje gebrand in de kerk voor mijn vader die al weer drie jaar geleden overleden is en wiens verjaardag het vandaag is. Bij het verlaten van de kerk rammelen er ineens een paar guldens op de grond. Het blijkt een “lek” in mijn eigen portemonnee, maar ’t is toch net alsof hij zegt: “hier heb je iets, koop er wat voor”, zoals hij in mijn kindertijd ook vaak deed. Terug op de camping kook ik eten en drink een biertje aan de bar en worstel me in het Frans door enkele moeizame conversaties.

Pour le papa

Dag 8

De volgende dag ga ik via mooie weggetjes over de Col de Fancile, slechts 1346 meter maar de verrassing zit ’m in de laatste bocht die je neemt en waarna je dan ineens in de verte de Mont Blanc temidden van de wit getooide bergketens van Zuid Zwitserland ziet, dan de gelige smog en daaronder het meer van Genève.

Genève is vergeven van de banken maar het duurt even voor ik er een vind waar men genegen is Nederlandse guldens te wisselen. Franse Francs… alla, maar onze Florijn? Nou nee, u gaat over op de Euro ziet u en daarom is de koers ook al lager tegenover onze harde Zwitserse Franc. Mooie stad, Genève, maar duur. Langs het meer gereden, erg druk en helemaal dichtgebouwd. De pas bij Chatel maakt weer veel goed en zeker het uitzicht daarna op Monthey.

   Martigny, rechts onder het treffen

In Martigny schrijf ik me in een grote sporthal in bij de Zwitserse Goldwing club voor het treffen en ik val voor een worst met brood. Toe maar… zelfs een stuk brood! En dat voor slechts vijftien gulden! De camping ligt aan de andere kant van de straat en ik zet de tent op naast Kitty en Rinie, een goede zet want de laatste zit daar toch lekker te bakken en braden. Die worst had nogal wat ruimte overgelaten en het laatste gaatje wordt gevuld met de culinaire creaties van Rinie. Trouwens, Frank die ik in Duitsland ook al tegen kwam, komt ook op de geuren af die uit Rinie’s wok opstijgen.

In de feestzaal zit ’s avonds slechts een man of tien. Ik krijg een twee uur durend exposé van de Zwitserse voorzitter van de club over Zwitserland en enig chauvinisme kan hem niet ontzegd worden. Alles is veel beter in Zwitserland en wat niet zo goed is, is in alle andere landen nog veel slechter. Zo dat weten we dan ook weer.

Dag 9

Om zeven uur ben ik al wakker, een ’s zomers gevolg van de vroeg opgaande zon en de daarmee gepaard gaande warmte onder het tentdoek. Even een lucifertje lenen bij de overbuurman leidt tot de uitnodiging om een bakje koffie te doen en een degelijk ontbijt van eieren en spek te verorberen. De mare verbreidt zich al snel langs het pad waar ik domicilie gekozen heb: die vent in dat kleine tentje probeert bij iedereen z’n kostje op te scharrelen! ‘Och’ denk ik dan maar, ‘er zijn nog zoveel paadjes op deze camping waar ze me nog niet kennen, dan verplaats ik morgen gewoon de tent…’

Na de boodschappen maak ik een klein rondje: via Aigle over de Col de Picon 1546 meter, langs Les Diables en via Gsteig, waar je langs een restaurant komt met uitzicht op twee kabelbanen, de eerst die slechts tussen twee palen hangt, brengt je akelig hoog op de bergen, terwijl een tweede, die tussen twee bergkammen gespannen is, je bij de gletsjer brengt. Die tweede kabelbaan verdwijnt af en toe tussen de wolken, evenals de Wildhorn die maar liefst 3248 meter hoog reikt.

Het beroemde jetset-dorp Gstaad zit vol met ouwe fossielen (m/v). De eerste soort met een jonge blom naast zich in de donker-blauwe BMW-cabriolet, de tweede soort met een hongerige, ietwat trieste blik verscholen achter een bovenmaatse zonnebril en een fancy drankje, op een van de vele terrassen. Op weg terug naar Martigny scheur ik nog een tijdje achter een troep buikschuivers met een Zwitsers nummerbord aan, zij kennen immers de weg; het blijkt onbegonnen werk. Ze zijn niet bíj te houden.

Die avond – en het is echt waar ik wordt wéér uitgenodigd – drink ik een biertje van Henk, dat is die man uit Friesland die zelf een schitterende aanhanger gebouwd heeft aan de hand van een vorm van een negatief, van een positief gesneden uit piepschuim naar aanleiding van een vorm van een… Ik raak het spoor geheel bijster, maar laat me even weten als je een schitterende kar voor achter de Goldwing wilt bestellen. Door toegenomen klandizie is de levertijd is inmiddels al opgelopen tot een jaar of twintig…

Frank eet mee van mijn bak nasi en ik geef de buren een doos chocolade en zo wordt hopelijk mijn reputatie van bietser weer wat recht getrokken. In de feestzaal ontmoet ik ’s avonds een paar gezellige Zwitsers uit Bern en een Inner Schweitserisches Arschloch die nog een graadje erger is dan de zelfgenoegzame voorzitter: hij weigert zelfs maar iets anders te spreken dan zijn eigen inlandse gebrabbel maar ik maak er wel uit op dat hij zich graag ten koste van deze buitenlander vermaakt. En feesten kunnen ze nog steeds niet! Twee avonden achtereen steunt dezelfde band zich ongeïnspireerd door hetzelfde repertoire. En natuurlijk komt alweer het Güggen orkest opdraven, net zo leuk als vorig jaar! Mooi land, er moesten alleen niet zoveel eigenwijze Zwitsers wonen.

  Samen een toertje

Dag 10

Het is alweer net zo warm als gister. Even gewacht en toen achter de toer aangereden. Een toer, moet u weten is een rondje met zomogelijk alle bezoekende motoren. Daarbij kan men zichzelf en de motor, die vaak uitgerust is met een ton aan chroom en er uit ziet als een overmaatse kerstboom met verlichting, door de voorbijgangers laten bewonderen. Leuk, sta je toch een keer in het middelpunt van de belangstelling. Ik doe er ook graag aan mee! Alleen raken sommige deelnemers erg nerveus als de voorganger verder dan vijfentwintig meter voorop raakt: gas, op de rem, meer gas, weer op de rem en dat gevoegd bij feestneuzen en officials die je links en rechts voorbij schieten afhankelijk van hun plaats in de pikorde van de club, maakt een dergelijk gebeurtenis tot een tamelijk stressverhogende bezigheid. Reden waarom ik er graag op ruime afstand achteraan mag rijden.

  Kurvenreiche Bergstrasse

De Zwitserse club heeft er deze keer een prachtige rit van gemaakt over echt ‘kurvenreiche bergstrassen’. En als u dat kleine straatje linksaf van de grote weg naar de Passo Grande Bernadino kunt vinden, zeker doen. Van Martigny over de Col de Planches, dan naar Sembracher, Somaproz en Champex waar een mooi meer hoog in de bergen ligt. Vervolgens rijd ik richting Italië de Grand San Bernadino op. Prachtig dat ex-klooster wat nu als hotel fungeert, met die traverse over de weg. Er ligt nog behoorlijk sneeuw daar op 2600 meter hoogte.

’s Avond is er de verloting en ja hoor een gloednieuwe GL1800 gaat naar een man die verveeld meedeelt dat het wel leuk is, maar hij heeft er al een! Hoe was dat spreekwoord ook al weer?

Ik sta even buiten en dan ploft er een Harley Sportster binnen: Tania en haar vriendin. Kan dat zomaar op een Goldwing Treffen? Kennelijk. Ik raak met Tania aan het communiceren, wat is dat Frans toch lastig. Haar vriend heeft een motorongeluk gehad en zit nu in een rolstoel. Ze mag een avond uit met haar vriendin. Ze ziet er met haar een meter zestig, gestoken in een leren broek met rammelende ketting en jachtmes op de heup, toch wel erg stoer uit. ‘Mais c’est l’exterieur!’

L’interieur is kennelijk heel anders en ik ben een ‘bon homme’ want ze houdt van mannen met lang haar. En dan is mijn Franse woordenschat echt helemaal uitgeput dus ga ik maar terug naar de tent.

Dag 11

Om zeven uur ’s ochtends ronkt Frank alweer terug naar Nederland, zoals hij de dag ervoor ook al had aangekondigd. Stipt op tijd want het werk wacht. Iedereen begint in te pakken. De buren, Kitty en Rinie ook. Kitty sorteert en Rinie pakt in, vrouwen sorteren kennelijk veel beter, terwijl het ruimtelijke inzicht van de man nodig is om een wok succesvol in de aanhanger te passen.

Ik pak ook in, vertrek en drink na een uurtje ergens mijn eerste bakje: ‘Café au lait madame’. ‘Jao, ’n milchkaffè kannst d' hab’n’. Inner Schweitser zeker!

De route van vandaag is Martingny, Brig, Rhône Gletsjer, Furkapass, Oberalpass. De gletsjer is aanzienlijk teruggetrokken wat goed te zien is aan het achtergelaten gesteente. Zal dat nu aan het opwarmen van de aarde te wijten zijn? De Grimselpass ziet er grimselig uit, de Furka is erg mooi en de Oberal is wat gemoedelijker. Ik rijd verkeerd richting Sustenpass en ga node terug, het was een erg mooi stukje! De rest van de route is ‘gaap’! Chur, Vaduz maar ik heb geen zin een vignet te kopen en blijf ver van de autowegen. Ik overnacht in Liechtenstein op een camping vlakbij Vaduz.

Foto Geiger

Dag 12

Bij het ontwaken zie ik twee campers pal naast mijn tent. Niets van gemerkt vannacht. Ik maak een praatje met de buurvrouw ter linker zijde. Even later komt de buurman ook. Hij is ‘schriftsteller und schrauber’. We kunnen het goed vinden en hij geeft me een T-shirt met het opschrift:

‘Mach doch einfach das was du besonders gern tust… öfter!”

Een wijze uitspraak die ik graag aan u doorgeef!

Ik wil graag het slot van de gekke koning Ludwig van Beieren zien en rijdt Duitsland binnen. Over de Jochstrasse naar Innenstad en vervolgens naar Oberjoch. Een mooie weg als je voor het eerst richting Alpen wil, maar eerst wat gemoedelijke bochtjes wilt oefenen. Ik rijd tot Schwangau waar de Köningsschlosser zijn. Nooit geweten dat er zoveel malloten zoals Ludwig in Beieren gewoond hebben. En allemaal moesten ze een slot!

  Bekende puzzel!

Op de camping Brünnen aan de Jorggensee maak ik ’s avonds kennis met Mick, gewezen rockmuzikant en thans meubelmaker, zijn vrouw Anke, kunstenares en zijn zuster Marina. En niet te vergeten hun twee kleine dochtertjes. Het is reuze gezellig, zo zeer zelfs dat we ’s nachts om een uur of twee door de beheerder gemaand worden nu toch maar te gaan slapen, er komen klachten binnen. Ik verzeker u: zoiets doe ik anders nooit! Mick rijdt in een hele oude kampeerbus en schrijft in mijn bekende rode dagboekje:

‘Goldwings or Daimlers, what the fuck!’

 

Rustige camping in Schwangau (als ik er niet ben!)

Dag 13

’s Ochtends drink ik nog koffie bij mijn nieuwe vrienden en bekijk dan temidden van een stroom Japanners en Amerikanen Neuschwanstein. Het is geldklopperij van de ergste soort, maar het is dan ook uitzonderlijk mooi. Ludwig heeft van 1869 tot 1886 een sprookjeskasteel laten bouwen. Waarschijnlijk heeft hij daarbij niet al teveel aandacht voor zijn onderdanen gehad want uiteindelijk schijnt hij flink geholpen te zijn bij het plegen van zelfmoord.

In het koetsje de berg op, zit ik naast een Amerikaans gezin en wat ik altijd als grap aangenomen heb, blijkt toch waar: ‘The Netherlands, isn’t that the capital of Danmark?’

Tegen de middag ga ik via Oberammergau, Garmisch Partenkirchen, Krün, langs de Walchensee en pak een camping in Kochel. De weg naar Kochel is buitengewoon mooi voor motorrijders. Walchensee idem ditto. En Garmisch Partenkirchen is weer zo’n naam die ik me nog herinner van Ardje en Keessie en aan de cappuccino van DM 6,50 te zien, weten ze dat daar ook nog.

De suffe campingbaas heeft de wastafels in het toiletgebouw met ‘vijf minuten droog' siliconenkit behandeld en dus loopt deze suffe biker met een witte streep over z’n buik rond. En die vader met zijn zonen die in Füssen in een super snel uitziend duikpak zomaar het meer overzwom, is er ook weer. Met een kano vanuit Garmisch over de wildwaterbaan naar hier, dat kan dus ook! Beieren ziet er lief uit en de dames in de winkels praten net zo lief. De heuvels zijn al net zo en de wegen en watertjes tegen de achtergrond van de Beierse Alpen geven een speciaal effect.

Dag 14

Op weg naar Tsjechië. Na Passau gaat de weg weer omhoog. De natuurlijke grenzen worden vaak gevormd door bergketens. Links van Freyung ligt een natuurgebied. Over de grens wordt het nog beter met al die schone dames langs de weg die hun diensten aanbieden. Ondanks hen zijn de wegen hier liefelijk om te toeren. De weg naar Stakonice is mooi, het landschap evenzo. Glooiend, soms mooie donkere bossen, dan weer velden, een stadje met van die lelijke ex-communistische woonblokken als stadsfront. Het is om af te leggen zo heet. Ik stop maar eens even bij een meertje en beloof mezelf een grote sorbet in Pelhřimov. Net daarvoor ligt Kámen met een mooi kasteel op de enige rots in de wijde omtrek. Er staat een of ander bord met ‘motormuseum’ maar het is al na zessen en ik heb mijn kennissen beloofd vandaag te zullen arriveren.

Inmiddels ben ik zo gek als een deur van de hitte en dus maak ik een zodanige verwarde indruk op twee dames aan wie ik de weg vraag terwijl allerlei woorden uitstoot op zoek naar het juiste woord voor ‘ijs’ dat ze er snel vandoor gaan.

Het duurt twee rondjes door de stad voor ik de Wing bij een restaurantje parkeer dat adverteert met ice tea. Nou dan moet daar ook ijs te krijgen zijn.`

Ik bel Paweł en hij belooft zaterdag de motor aan te zullen trappen en komt vanuit Polen naar het treffen in Znojmo. Kijk, da’s nog eens aardig, toch 1200 kilometer voor één avond met je vrienden! Het mooie weer blijft en ik doe het laatste rukje naar Mĕřín. Lieve hemel, hoe kan je zoveel vlaggetjes in zo’n korte naam kwijt! Hopelijk geeft uw browser ze correct weer!

Dag 15

Žanetka is rood als een tomaat: onbezonnen zonnen en dus verbrand. Ik maak een wandeling over de heuvels met Karel, krijg een gedegen exposé over de Krakonoś, de oude man van de bergen die als je hem tegenkomt iets doet waaruit je kunt afleiden of je een goed of slecht mens bent. Je kunt hier de hele sage lezen. Voorts lig ik onbekommerd twee dagen in hun tuin en klets met iedereen bij.

  Krakonoś?

Dag 16

Ontbijt en dan les in Tsjechische geschiedenis van Karel. En ik mag niet eerder weg dan de dumplins gemaakt én genuttigd zijn. Het was hier twee dagen vreetfestijn, opgediend door drie generaties lieve Tsjechische dames en afwassen mag ik niet, dat doen de vrouwen, mannen bouwen het huis, zo doceert Žanetka. Ik leer dat Nizozemi Holland betekent en ‘Do prdelje’, zo kan ik u verzekeren, is in bepaalde omstandigheden ook een heel nuttige term!

   Stay And Eat Your Dumplins, Do Prd... !!!

Over rustige binnenwegen sukkel ik de 80 kilometer naar Znojmo omdat de hoofdweg geheel opnieuw geasfalteerd wordt. Men onderneemt steeds meer opknapbeurten. Ik loop onmiddellijk Björn – zie verslag van vorig jaar – tegen het lijf en inderdaad, ik krijg nu zijn telefoonnummer. Dan scheurt Mac op z’n zelfgebouwde, ongeveerde trike voorbij en ik spring enthousiast achterop, daarbij zijn verse broodjes plettend. Mac rochelt nogal, een overblijfsel van 25 jaar in de mijnen werken en tweemaal levend begraven worden heeft ook al niet aan zijn gezondheid bijgedragen, maar hij haalt het nu allemaal goedgemutst in. "More beer!" is zijn lijfspreuk

  Alabama City

Zoals gewoonlijk zit de stemming er hier goed in. De band beest-feest er ’s avonds op los en wij natuurlijk ook. Pjotr is er ook met zijn zoveelste vlam en als ik verwonderd aan hem vraag of hij ze uit een catalogus haalt, stort dat hun nog prille relatie onmiddellijk in een crisis. Dat kun je aan mij overlaten: andermans relatie om zeep helpen! Gimme five minutes!

Er is een korte lightparade door Znojmo en daarna maken we het laat.

Dag 17

Om half zeven sleep ik mijn matje uit de tent en slaap ernaast een uurtje verder. Maar dat valt niet mee omdat er twee tenten verder een radio aangezet wordt om daarmee de geluiden van de ochtendgymnastiek wat te maskeren waarbij het meisje zo te horen nogal hardhandig aangepakt wordt. Tja, moet je maar niet achterop klimmen bij een knul die de motor heeft opgetuigd met een bijl aan de ene en een jachtmes aan de andere kant van de op de topkoffer vastgebonden boombox…

Jerry uit Canada is ook weer present. Hij reist al weer voor de tweede zomer per motor door Europa. Iedereen kent hem zo langzamerhand en deze gepensioneerde zestiger geniet hartstochtelijk. Deze winter gaat hij naar Afrika, helpen bij de bouw van een kindertehuis. ’s Avonds besluit ik maar één bier te drinken, wat echter weer uit de hand loopt. Leuk gesprek met Johan, een biertje van een dikke Duitser die met een Tsjechische vrouw uit Karlovy Vary samenleeft. Ze danst lekker, zoals ik later op de avond kan constateren.

Na die stomme prijsuitreiking arriveert Paweł en hebben we weer een uurtje of wat nodig om het afgelopen jaar te bespreken. De band die vanavond voor de derde keer hetzelfde repertoire speelt, is ook al weer voor het treffen in 2002 in Praag gecontracteerd. En waarom is het hier wél feest en in Zwitserland niet? Tot mijn verbazing word ik ten dans gevraagd door Poolse Hanna, een Zweedse die er nogal Italiaans donker uitziet en een potige Finse die persoonlijk wil constateren of ik echt wel tot het mannelijk geslacht behoor, maar gillend op de vlucht slaat als ik alleen maar aanstalten maak het te bewijzen. Via Paweł spreek ik nog even met Walentin en zijn vrouw en ben er haast wel zeker van ooit ook nog eens op de motor in Bela Russ te belanden. ’s Nachts regent het pijpenstelen, maar daar merk ik weinig meer van.

Dag 18

Tijd om weer naar huis te gaan. Een lange rit terug naar Nederland die ik in twee dagen af leg. Ik overnacht in een hotel in Chemnitz. Op de terugweg kan ik het bijna nooit opbrengen de tent nog ergens op te zetten. Te weemoedig…