|
Belarus
Luxemburg
Polen
Tsjechie
Foto's van de reis Als u met de
muis een foto aanwijst en er verschijnt een handje, is er een vergroting
of een verwijzing naar een deel van het verhaal
beschikbaar. Standbeeld voor Copernicus in Torun
Een "pakhuis kamer" in een hotel in Torun
Jammer dan geen Euro 95
Langs de autoweg in Belarus
Belarus' fantasiegeld
Urquell brouwerijen in Plzen
(Alle foto's copyright G. Bruijnes)
|
Weekendje Minsk
Een toertje naar het
International Bike Festival in Minsk, Belarus.
Wat vooraf ging Er zijn nog een paar landen in Europa waarvan men zegt dat het best spannend is om er per motor heen te gaan, om er überhaupt heen te gaan. Of dat echt zo is waag ik zo langzamerhand te betwijfelen. Ik denk dat het voornamelijk een kwestie is van oude vooroordelen, angst en enkele onvoorzichtige toeristen die zich in den vreemde onbescheiden opstellen alsof ze de waarheid in pacht hebben en hun Nederlandse rijkdom onbeschaamd tonen. Tja en dan kan iemand die het wat minder heeft wel eens denken: "Jij kan het wel missen..." Vervolgens vertelt de toerist thuisgekomen, de wildste verhalen die een eigen leven gaan leiden. Belarus (Wit-Rusland) is ook zo'n land. Het is de laatste communistische dicatatuur in Europa. Geregeerd door Lugashenko die de droom schijnt te koesteren ooit nog eens tsaar te worden van een nieuw groot Russisch rijk. In Belarus heersen dan ook eigen regels en daar heb je je naar te schikken. Zo moet je het niet wagen Zijn Naam ijdel te gebruiken want dan zegt iedereen ineens sssttt... Door allerlei oorzaken kon ik deze zomer pas op het laatste moment besluiten mee te gaan met een groep Poolse motorrijders die al vaker naar het treffen in Minsk geweest waren. Dat kwam dus op een duur visum te staan. Een 1-dags behandeling met de vereiste uitnodiging, die overigens gewoon door het visumbureau in Amsterdam zelf uitgeschreven wordt namens een toeristenbureau in Minsk, kost al met al 200 euro. Een Pool krijgt zo'n zelfde visum voor slechts zes euro! Maar ja, de Nederlandse staat zet Belarussische burgers op dezelfde manier af. Zo krijgen de volkeren in Europa tenminste geen begrip voor elkaar... Dag 1 Eerst de motor een grote beurt gegeven, nieuwe remblokken rondom, olie, filtertje, bougies... je kent dat wel. Gepakt en gezakt begeef ik me tegen een uur of tien op weg en ben 's avonds rond zessen in hotel Baranowski in Słupice net over de Duits-Poolse grens bij Frankfurt Oder. De eigenaar is trots op zijn economische voorspoed en toont dat dan ook door in een bovenmaatse Buick rond te rijden omdat hij een Mercedes SE zo gewoontjes vindt: "Daar rijden de anderen ook allemaal al in". Het is echter goed toeven in zijn hotel en niet duur.
De volgende dag ga ik richting Torun, een van de universiteitssteden in Polen. Voor het zover is, waag ik mijn leven maar weer eens op deze hoofdweg tussen Berlijn en Moskou. Het is enorm druk met vrachtverkeer. Op de tweebaans "snelweg" in Polen geldt de ongeschreven wet dat als iemand op het idee komt in te halen, dit direct uitgevoerd wordt en wel over de middenstreep. Daarbij gaat men ervan uit dat de tegenliggers tijdig ruimte maken door deels op de vluchtstrook te gaan rijden. Het is natuurlijk vervelend als iemand van de andere kant op hetzelfde moment op het idee komt in te halen...
Maar het duurt het duurt echt niet lang of je doet vrolijk met dit feilbare systeem mee en soms rijden we dan ook vier rijen dik op een twee-baans snelweg waar ik als motorrijder dus ook nog weer net in het midden tussen pas.
Copernicus is
in Torun geboren en
hij staat prominent als standbeeld voor het stadhuis en je kan ook zijn
geboortehuis bezoeken. Hoewel de Duitsers en de Polen het
Torun ligt aan de Wisła. De legende zegt dat zolang de
Polen in het stroomgebied van de Wis Ik slaap in Hotel Karczma "Spichrz" dat zich in een gerestaureerd pakhuis bevindt. Prachtige kamers met eeuwenoude, dikke houten balken. En natuurlijk ook al tegen zo'n vriendelijke vergoeding. De motor staat veilig op de binnenplaats tegenover de receptie.
De afstand tot Terespol, waar de grensovergang is, bedraagt zo'n 160 kilometer. Ik schat het tegenover Andrzej toch gauw op een uur of twee, drie, maar hij beweert dat het ook in anderhalf kan. En dat kan als je politie agent geweest bent, twee sirenes van de Poolse politie achterover hebt gedrukt bij je afscheid en gewoon met loeiende sirenes met 120 over de middenstreep rijdt, ook in de bebouwde kom.... Het heeft wel wat, links en rechts duiken de personenauto's en vrachtwagens de berm in. En controlerende ex-collega's van Andrzej laten hun laserguns zakken en zwaaien vrolijk... Bij de grens rijden we gewoon langs de file van zo'n twee kilometer die staat te wachten en wurmen onze groep zelfs langs de wachtende auto's onder de overkapping waar de kantoortjes van de grenswacht staan. Dat vindt niet iedereen leuk, maar zoveel breedgeschouderde Poolse motorrijders hebben samen heel wat overwicht. En dan begint het lange wachten. Je moet namelijk je motor in Belarus invoeren. Daarbij moeten enkele formulieren ingevuld worden die alleen in het Russisch beschikbaar zijn. Zet je de kruisjes verkeerd of vul je niet alles goed in, dan kun je zelf het land niet meer uit of je motor moet op de parkeerplaats achterblijven. Eerst moet je in een hokje een kopie maken van paspoort en kentekenbewijs. Dat lever je bij een van de hokjes in en daarop krijg je een formulier waarop je de volgende gegevens in moet vullen:
De Polen staan in groepjes bij elkaar te prevelen en ontcijferen de tekst op de formulieren. Ik kijk over hun schouder mee en sprokkel bij deze en gene de noodzakelijke informatie bij elkaar. Af en toe heb ik geen flauw idee wat de gevolgen kunnen zijn van de geplaatste kruisjes.
Per ongeluk maak ik een scheurtje in mijn
formulier en repareer dat met een rolletje plakband dat bij het
kopieerapparaat ligt. De reparatie zint de beambte in het hokje niet
en
als
ik mijn paparassen inlever,
keilt Na een uur of twee is er voor elke motor een invoerformulier gemaakt. Dat moet je goed bewaren want als je dat bij terugkomst niet kunt laten zien, mag je de motor niet uitvoeren! Hiervan maken we weer een kopie in het hokje met het kopieerapparaat en leveren dat in waarna we een nieuw formulier krijgen waarop opnieuw de gegevens van het voertuig ingevuld moeten worden. Dit formulier leveren we bij een ander hokje in samen met het paspoort. Met mijn pas zijn ze een kwartier bezig. Ik krijg het terug samen met een onooglijk papiertje wat een aantekening over mijn visum bevat, ook goed bewaren! Op een bruggetje staat een vent
die de pas en de papieren controleert en dan mogen we verder naar een
parkeerplaats met hokjes waar je een verzekering moet afsluiten.
Daarna kan ik geld wisselen en voor 100 euro krijg ik tegen een koers van 2000 op 1 een stapel geld waar Dagobert Duck jaloers op zou zijn. De kleinste coupure is een biljet van tien roebel en daar kun je rustig je sigaar mee aansteken. Munten zijn er niet. Een goeie tip: neem voldoende dollars mee in kleine coupures, bijvoorbeeld biljetten van een dollar. Hoewel ik geen problemen heb gehad met de politie, schijn je nogal gauw een bekeuring te krijgen en die moet betaald worden in dollars. Het is vervelend als je drie dollar boete krijgt en deze betaalt met een twintig dollar biljet, fijn voor de agent, maar vervelend voor jou, te meer omdat hij waarschijnlijk onmiddellijk zijn collega verderop belt met de melding dat je bij die-en-die motorrijder je schamele inkomen wat kunt aanvullen.
En dan zijn we in Belarus. Even door Brest en dan een prachtige vierbaans snelweg helemaal naar Minsk. Zo'n kleine vierhonderd kilometer. Een leeg land met hier en daar een stadje en een enkel tankstation waar men meestal alleen benzines heeft met octaan getal 95, 91 en 76. Een enkel station heeft zelfs geen Euro 95, wel even rekening mee houden. Het grootste deel rijden we door een volkomen vlak landschap afgewisseld met bossen en een enkel meertje. Koeien liggen in grote groepen bijeen en worden bewaakt door een of meer mensen.
Het is al avond als we in de regen Minsk binnenrijden en het kost wat moeite het terrein (Spartak) te vinden waar het festival plaatsvindt. We rijden het terrein op en parkeren alle Goldwings en Dragstars naast elkaar en dat baart nogal wat opzien. Niemand springt er echter zomaar op, zelfs voor het maken van een foto wordt vooraf keurig in Engels, Duits of met gebarentaal toestemming gevraagd.
Het wachten is op iemand uit Brest die een hotel had besproken. Tegen een uur of twaalf zijn we er echter en maak ik kennis met een kamer in een sporthotel. De ingang wordt bewaakt door hele kuddes ouwe matrones en waag het niet een stap verkeerd te zetten, want je bent er bij! In het ene gebouw groeien er paddestoelen op de kamers maar in het andere gebouw ziet het er netjes uit, net zoals bij ons... vijftig jaar geleden. Bij de ingang zitten een aantal bikers, het zijn Evgeniy en Walera uit Kaliningrad. Ik deel wat kleine flesjes Berenburg uit en krijg Russische cognac in ruil plus een uitnodiging om hen te bezoeken. Zeker... zeker... volgend jaar! Ik eet en drink 's nachts wat met Stanisław en de andere mannen van de Freeradicals MC op hun kamer. De stroom valt uit. Een van hen gaat met mijn zaklantaarntje naar de receptie en krijgt een kaars met een schoteltje uitgereikt. Het gebeurt wel vaker...
De volgende ochtend ga ik met de Freeradicals eerst eten in een restaurantje dat niet ver van het hotel ligt. Ontbijt is namelijk niet inbegrepen. Overal is het wachten geblazen in dit land. Tien man die in een restaurant wil eten... dat duurt. Twaalf motoren tanken in een of ander tankstation... minstens drie kwartier, papieren controleren door de politie? Ze krabben onder hun enorme petten en overleggen... een half uur, met gemak! 's Middags bekijken we Minsk. Een ruim opgezette stad met veel groen en megalomane monumenten en gebouwen. De meeste van de twee miljoen inwoners lijken in genummerde flatgebouwen te wonen.
In het centrale park lopen zwermen bruiloftgangers rond. Men trouwt er massaal op zaterdag zodat er geen vrije dag opgenomen hoeft te worden. Het is min of meer een verplichting aan de staat om vervolgens bij een of ander monument trouwfoto's te maken.
De motoren worden onder de hoede
van de politie achterlaten en we slenteren over de braderie waar ook een
band staat te spelen. Een van de agenten legt het verkeer op de
zesbaansweg stil als ik hem alleen maar vraag of hij denkt dat ik aan de
andere kant van de weg in de K
Ik ga met een paar dames van een ijssalon op de foto en we krijgen alle vier een fikse doos ijs..., voor onderweg. Nu zit er wel veel op een Goldwing maar nog net geen diepvries dus we gaan maar snel terug naar Spartak en ik deel mijn ijs met twee aardige dames uit Moskou.
's Avonds is er een lekker ruig feest met goeie muziek, veel drank, alweer mooie dames, kortom alles wat het leven van een biker zo aangenaam maakt. Voor sommigen iets te aangenaam, een enkeling stort gewoon bij zijn motor ter aarde, slaapt de roes uit en gaat een paar uur later gewoon verder. Een impressie voor boven de 18!!!
Helaas moeten we de volgende ochtend om zeven uur opstaan. Echter niet iedereen is die mening toegedaan, want een paar heren hebben enkele Belorusische jongedames ervan overtuigd dat ze mee zouden kunnen gaan naar het hotel en ze zijn nog niet helemaal uitgespeeld. Ik bied Andrzej aan te helpen met wakker maken, maar bij een van de kamers struikel ik met mijn lompe motorlaarzen over de drempel en dender rechtdoor de slaapkamer in waar de dame poedelnaakt klaar ligt en de ***PIEP*** druk bezig is met de ochtendgymnastiek. Een paar uur later geeft
Andrzej hier
een gloedvol ooggetuigeverslag
Maar al te gauw zijn we weer bij de
grens waar zich nog een
komisch geheel ontspint. Deze keer hebben we maar 20 minuten nodig, maar
er zijn vier hokjes en je moet kris kras heen-en-weer rennen tussen de
hokjes om weer een formulier in te vullen en dan vijf stempels te halen.
De ene beambte beweert dat ik een zwart stempel nodig maar de
ambtenaar
die in hokje twee ligt te
slapen zegt dat het rood
moet zijn en dan is goed. "Nee",
zegt de eerste " het moet
zwart zijn" en
verwijst me naar het tweede loket van hetzelfde hokje
waar een struise dame achter zit die mij met een handbeweging naar de haar
slapende collega verwijst. Maar
die durf ik niet meer te storen Ik heb nog 25.000 roebel over maar ik heb geen idee waar ik dat kan inwisselen en waarschijnlijk is dat ook niet de bedoeling. Net over de grens in Polen houden we afscheidsdiner wat ik slinks per creditkaart voor de hele groep betaal. Twaalf man, ongeveer tachtig euro (nog steeds geen zin om eens met mij naar Polen te gaan?). Ze zijn het er helemaal niet mee eens, maar ik houd een toespraak in het Nederlands waar niemand natuurlijk iets van verstaat en bedank Andrzej uitvoerig want ik denk niet dat ik het zonder deze mensen gered had om al die formulieren goed in te vullen. Ik beloon hem genereus met een biljet van twintig roebel, maar dat vindt hij veel te gek en ik krijg tot hilariteit van iedereen tien roebel terug.
De volgende dag rijd ik mijn gemak naar Krakov. Ik wil nog graag weer eens op het centrale plein rond de lakenhal rondslenteren en heb ook nog nooit kasteel Wawel bekeken. Ook het Joods kwartier schijnt met een groot aantal synagogen de moeite te zijn. In het hotel arriveert gelijk met mij een buslading Nederlanders op leeftijd, mijn leeftijd dus. Ze krijgen uitleg van een Poolse reisleidster die uitstekend Nederlands spreekt. Ze vertelt dat ze ook in het hotel verblijft en als er vragen zijn kan men die aan haar stellen. Ik zeg dat als zij er even niet is, men de vragen ook aan mij kan stellen, maar dat ik vanavond wel uit ga. Het geeft een grappig effect als het gezelschap zo onverwacht in de eigen taal wordt toegesproken.
Ik heb altijd Piotr al een bezoek
willen brengen. Hij woont in Będzin
en is postbode. Rijdt ook Goldwing en we hebben elkaar al vaak ontmoet.
Bij het kasteel in B Daarna laat hij me de woestijn zien, een gebied dat eigenlijk ooit een grote zandverstuiving was. Het communistische regime heeft geprobeerd bos aan te planten maar de huidige Poolse regering wil het gebied weer zijn oorspronkelijke karakter weergeven. Er staat nog een vervallen huis op een hoogte. Hier keek veldmaarschalk Rommel in de tweede wereldoorlog uit over de troepen die kwamen oefenen voordat ze naar Afrika gingen.
Piotr's vrouw koopt onderweg paddenstoelen en die worden thuis gekruid en gebakken alsof het vlees is. Ik mag een nachtje bij Piotr's moeder Irena slapen en deze goede vrouw van in de tachtig wil zelf op de bank in de kamer terwijl ik haar bed mag gebruiken, maar dat sta ik ik niet toe. Hoofdschuddend over zoveel ongemanierdheid kruipt ze tenslotte met tegenzin in haar eigen bed.
Op weg naar Tsjechie. Ik wil via
Praag en Plze Ik ontmoet bij een hut langs de weg waar je koffie kan krijgen een oude man met zijn blinde hond. Hij begint een gesprek en vertrouwt me toe dat het thuis niks is met zijn vrouw, ze zit de hele dag tegen hem te bekken. Zijn enige vertier is zijn dagelijkse wandeling met z'n hond naar deze bar, die de naam Kamikaze draagt. Daar drinkt hij dan koffie. Voor hem is er geen hoop meer zegt hij, hij verdient maar 1000 kronen per maand, zo'n driehonderd euro. "Maar jij", zegt hij tegen mij, "jij bent nog jong en jij hebt geld, dat kan ik wel zien. Jij kunt wel een mooie jonge vrouw uit Bohemen krijgen". Als ik hem vraag hoe oud hij dan wel is, zegt hij drie-en-vijftig, drie jaar ouder dan ik! Ik noteer deze ontmoeting in mijn aantekenboekje en zet er bij: "Dit wordt een lied". Twee dagen nadat ik thuis ben is het af! En de titel? "Kamikaze bar..." Inmiddels is het wat te laat om nog naar Praag te rijden en ik overnacht in zo'n prachtig flatgebouwhotel in Hradec Kralove.
Vandaag is het maar een klein stukje
en om een uur of elf ben ik al in Plze 's Avonds beland ik in een hofje waar een band speelt die traditionele Tsjechische teksten op muziek heeft gezet in een mix van folk en rock. Erg goed. De band heet Neboj sa! wat zoiets als betekent "niet bang zijn". Ik raak aan de praat met Tomáš een singer/songwriter en ik daar ik mij verbeeld dat af en toe ook te zijn hebben we een gezellig gesprek.
Zaterdag doe ik lekker helemaal niks, stadje bekijken, bij de waterval slapen en 's avonds in de tent een biertje drinken en met mijn vrienden ouwehoeren tot het weer licht wordt.
Minsk was mijn eerste kennismaking met een land waarvoor ik visumplichtig ben. Ik heb er enkele contacten opgedaan en als die de winter doorkomen, wil ik volgend jaar nog eens iets verder reizen in dezelfde richting. We zullen zien... In ieder geval was het een zeer bevredigende reis...
|