Terug

 

Duitsland

Rügen

Görlitz

 

Polen

Campings

ASCI campings

Mooie prospectus

(pdf-Acrobat  nodig)

Over Poolse kastelen

(pdf-Acrobat nodig)

Łeba

Gdansk

Mazurie

Marlbork

Białoweskie Park Narodowy

Polen, de achtergronden

Szczecin

Klodzko

Zgozelec

 

Litouwen

Kaunas

Vilnius

Litouwen

 

Foto's van de reis

Als u met de muis een foto aanwijst en er verschijnt een handje, is er een vergroting of een verwijzing naar een deel van het verhaal  beschikbaar.
 

Adam

 

 

Arnold in Vith

 

 

Het haventje bij Vith op Rügen

 

 

Ooievaars op elke vijfde telefoonpaal

 

Wandelende bikers op de wandelende duinen in Łeba

 

Eierbeschilderende kunstenares

 

 

Presidentieel paleis in Vilnius

 

 

Het nationale park

 

2 ouwe stompen

 

Regio rond Ląndek Zdrój

 

Nummer 3

 

(Alle foto's copyright

G. Bruijnes)

 

Tussen zee en Oerwoud

Een toertje van ongeveer 6000 kilometer door: Duitsland, Noord-Polen, Litouwen en Oost- en Zuid-Polen .  

Trakai bij Vilnius (Litouwen)  klik op één van de foto's voor een vergroting  Dzienkuje bardzo Marcin, Magda, Richard i Barbara, Leta, Tomek i Tomek i Tomek...

Dag 1

En jawel...  voor vertrek eerst sleutelen, deze maal heeft een van de uitlaten besloten mijn vakantieseizoen uit te zoeken om een gapend gat te vertonen.

"Setje nieuwe uitlaten, meneer? Eens even kijken, dat is dan 1000 euro slechts..."! "Maar..., maar..., maar... ik wil net op vakantie en dat is mijn vakantiebudget..."  Tuut, tuut, tuut...

De rest van de dag gaat op aan zoeken op internet en telefoneren. Roestvrij staal dan? Laser: vijfhonderd de twee nieuw, honderd per stuk tweede hands. Maken wél meer lawaai. En ik hou zo van lekker rustig toeren. Toch maar een lening afsluiten dan? Maar ik heb geluk en scoor het enige setje tweede handse, originele uitlaten van meneer Honda dat nog in heel Nederland verkrijgbaar is.

Dag 2

Ik slaap niet uit, pak niet mijn motor in, bel wel mijn vriend Ulli om te zeggen dat het iets later wordt deze keer en vertrek per auto naar American Wings in Purmerend die een setje tweede hands heeft liggen, 400 euro slechts, slechts, slechts... Jaaaaa, dit wordt toch nog vakantie vieren. Originele Honda dempers, ik zal mijn Wing niet terug kennen, zo stil, zo rustig, zo zoevend zacht. Het ene eindpijpje heeft een douw gehad en wijst wat om hoog maar ach ja, wie zeurt nu na zo'n koopje.

Ik ga nog even langs de boekwinkel voor een landkaart van Litouwen en een taalgidsje. Geen landkaart te bekennen. Ook geen taalgidsje. "Wat spreekt men daar? Spreekt men daar?"

Dan de ANWB-shop in Zwolle. Niks over Litouwen. "Maar de Baltische Staten zijn toch sinds 1 mei 2004 lid van de Europese Gemeenschap"? "Oh ja"?

Nou hoe dan ook, Ulli en ik gaan onze nieuwe buren welkom heten. In hoogst eigen persoon! Zonder visum. De verzekering weet wel dat Litouwen bij de EG hoort want mijn nieuwe groene kaart meldt trots: LT.

Dag 3

Ulli is nog nooit verder oostelijk geweest dan Berlijn en wil graag beginnen op het eiland Rügen. We spreken af elkaar te ontmoeten bij een Raststätte kort na Bremen. Het is druk met Harleys op de snelweg. Harley rijders zijn of gezelligheidsdieren of angsthazen want hangend aan hun hoge sturen sleuren ze zich in grote groepen met amper 100 richting Zweden waar een treffen is. Je ziet er niet één in zijn eentje. Ik zwaai er wat af als ik ze op mijn gemak met 150 voorbij zoef. Wat zijn die tweede hands uitlaten stil zeg!

Ulli staat al op me te wachten. Het is de eerste keer dat ik met iemand anders op vakantie ga. Ik heb wat aarzelingen, want ik ben een echte individualist. In een groepje is wel leuk, maar dan ben ik meestal reisleider en is het werk. Vakantie is voor mij een "hé, wat leuk, even linksaf gebeuren". Ik ben benieuwd, maar het zal wel goed gaan want Ulli's vrienden noemen ons vaak "Ein altes Ehepahr!"

We rijden over de autobahn naar de Oostzee kust en dan verder over Bundesstrassen naar onze bestemming voor vandaag. Het laatste deel naar Strahlsund gaat door een prachtige laan omzoomd door bomen, waar Rügen patent op lijkt te hebben. We pikken de eerste camping links (Altefähr) want het loopt al tegen tienen. Van de overkant van de Sund komt ruige muziek aangewaaid die de rust op deze mooie camping wat verstoord. De eigenaresse zucht maar eens en vertelt dat het niet altijd stil is daar aan de overkant...

Dag 4

Rügen is bekend om zijn witte kliffen. De kunstenaar Caspar David Friedrich legde ze tussen 1818 en 1819 vast in olieverf. Bij Sassnitz is de Königsstuhl te vinden, een 105 meter hoge klif. Het hoort tot een natuurgebied waarvoor een kleine entree betaald moet worden. Het is het meer dan waard want het uitzicht over de Oostzee is prachtig. Je kunt via meer dan 400 traptreden afdalen naar het strand. Dat gaat nog wel, maar de weg terug is wat minder...  De trap is van hout gemaakt en aangelegd dwars door een prachtig beukenbos. Op deze warme dag is het een transpirende beklimming, maar als beloning nemen we een wafel van het kraampje op de parkeerplaats. Vers, knapperig en smakelijk.

De meest noordelijke punt van Duitsland wordt gevormd door Kap Arcona. Vanaf de parkeerplaats is het een kilometer of twee lopen, maar je kunt ook met een treintje naar Arkona rijden, rondkijken en dan een wandeling over de kliffen of over het strand maken naar het lieflijke dorpje Vith waar je weer kunt opstappen voor de rit terug naar de parkeerplaats.

In Arkona is ook een trap aangelegd naar het strand maar daar is het minder hoog, slechts een meter of veertig. Ik vind er kleine stukjes barnsteen. In een uurtje wandelen we naar Vith. In het haventje heeft Arnold een viskraam waar hij eigenhandig Butterfisch rookt. Een eigenwijze kerel, niet te geloven. Zó groot zijn de porties en hij maakt ze níet kleiner en daarmee is het áf, úit, básta! De bekakte mevrouw die over de grootte zeurt geeft het na deze uiteenzetting dan ook meteen op.

Arnold spreekt een vorm van Duits die ik niet echt goed begrijp. Dus ik mopper wat in mijn eigen versie van het Achterhoeks en ziedaar, Arnold's gezicht klaart op en wij blijken elkaar goed te verstaan als hij "Platt Duuts" spreekt en ik de taallessen van mijn oma die in oostelijk Gelderland opgroeide, in gedachten neem. En Arnold's Butterfisch? Hmmmm... zo zacht... zo zacht... Smelt op de tong...

Dag 5-6

We gaan op weg naar Skarbówek in Szczecin. "Stettin", houdt Ulli hardnekkig vol, maar dat is al ruim een halve eeuw geleden. Het is een beetje regenachtig en de schuine straten met kinderkopjes, gevoegd bij het groot steedse autoverkeer bezorgt ons natte oksels.

Scarbówek zult u niet op de kaart van Szczecin vinden. Het bestaat uit een verzameling min of meer illegale bouwsels op een bosachtig park, maar het bestaat echt en er woont een lieve jonge fee die gevallen is voor de charmes van mijn oudste zoon. Er tegenover in het bos ligt nog de ruïne van een waanzinnig kasteel dat Göring er liet bouwen.

We bezoeken haar en haar ouders en daar paps autospuiter is, wordt er meteen nog wat aan de Wing geknutseld. Er hangen een paar sierstrips los en mijn eigenhandig aangebrachte mistlampjes moeten verplaatst worden want als ik hard rem en de voorvork flink inveert, raken ze mijn spatbord. Hij is grondig en als u een spuitklusje hebt... Hij heeft klanten tot in Berlijn.

Mama Zosja maakt direct ziemjaki (aardappelen) met een lekker sucade lapje en papa Adam bouwt met grote degelijkheid de barbecuetent op. We bekijken Sczcecin en laten ons 's avonds de kiełbasa (worst) en de piwo (bier) goed smaken. Hét merk in Szczecin is Bosman, één van de lekkerste en zachtste pilsners in Polen. Het veel geroemde Ziewiec bezorgt míj steevast hoofdpijn, maar dat doet Heineken ook en onze vaderlandse trots heeft (of had) een belang in laatst genoemde.

Dag 7

We rijden eerst nog een rondje met de fee en met haar broer als dank voor de genoten gastvrijheid. Daarna vertrekken we over de landweggetjes van Noord Polen naar Kołobrzeg, een drukbezochte badplaats aan de Oostzeekust.

We vinden een mooie camping, er zijn er overigens meer vlak bij het amphitheater in het park. Het campingbestand in Polen gaat er hard op vooruit de laatste jaren! Het is een kilometer of drie door een prachtig bomenlaantje langs het strand naar de vuurtoren. In een kelderbar worden een paar biertjes genuttigd en ik krijg na wat soebatten nog een Griekse salade... en dat had ik beter níet kunnen doen!

Dag 8

De nacht was erg koud, te koud voor bijna juni. Bovendien knettert het in mijn maag, pas tegen vieren krijg ik het wat warmer maar lig dan meteen te zweten.

Na een mager ontbijt, want ik voel me helemaal niet lekker, gaan we weer op pad en rijden via Koszalin, Darłowko, Uska en Smołdzino naar Łeba. Onderweg eindeloze vergezichten, vaak braakliggend land, links en rechts zandwegen naar verre gehuchten en prachtige kleine dorpjes waar tientallen, nee honderden ooievaars nestelen op telefoonpalen of zelfs schoorstenen. Nee, hier is de ooievaar nog volop aanwezig.

In Łeba scoren we ook al een mooie camping met goed sanitair. Het stadje is erg toeristisch, maar dat heeft dan ook te maken met de beroemde wandelende duinen. De Polen beweren zelf dat het om het grootste wandelende duingebied van Europa gaat... maar ze beweren dan ook wel meer.

Dag 9

Ik ben écht wel aan de schijt zeg, niet te geloven. De wandeling van een kilometer of zes naar de duinen zit er voor mij niet in en zelfs de rit in het elektrische treintje hobbelt eigenlijk te veel. In het duingebied kunnen we ons echt goed voorstellen hoe deze zandhopen aan de wandel gaan, want het waait flink en bij terugkomst schud ik wel een kilo zand uit mijn motorlaarzen.

We gaan naar Gdansk. Ik bluf tegen Ulli dat ik altijd de weg vind in elke grote stad en verdomd, zonder plattegrond of wat dan ook stop ik op 200 meter van de tourist information. Maar het zijn de taxichaffeurs die een mooi pensionnetje voor ons vinden.

Andrzej is vishandelaar en Bozena probeert er toch als dame uit te zien. In hun huis ruikt het fris, maar in de keldergarage riekt het zo erg naar vis dat ik zijn aanbod afsla om daar de motoren te parkeren. Ik vrees anders nog twee weken door alle straathonden achterna gezeten te worden.

Andrzej houdt zo van vis dat hij in zijn prachtig aangelegde achtertuin een mooie vijverpartij heeft laten maken met allerlei dure vissen er in, waaronder de modieuze Koi karpers.

We gaan in de binnenstad eten bij Holland House. Volgens het bord naast de deur moet hier ook de consul te vinden zijn, maar daar weten ze binnen niets van af en ze hebben ook geen yoghurt. Hare Majesteit's beeldtenis hangt als dundoek pront van de gevel neer en de stoelen op het terras zijn gesponsord door Heineken. Overigens is de oude stad zeer de moeite van een bezoek waard, evenals een wandeling langs de binnenhaven.

Dag 10

's Ochtends gaan we daarom nog een keer met de bus, lekker slenteren, terrasje en u kent mij... ik deel een sigaartje met een bedelaar die door een Poolse zakenman weggesnauwd wordt.

Het plan is na de middag richting Olstyn te rijden, het begin van Mazurië, het merengebied. Ik red het niet. Vijf-en-zestig kilometer en dan stort ik in het zicht van het kasteel Malbork van de motor en lig een half uur in de berm te krampen. Mijn buik voelt opgeblazen als een heteluchtballon, maar ik durf de verlossende scheet niet te laten uit angst daarmee meteen mijn broek vol te pompen. Shit, dit is rete-shit man!

Ik vind een apotheek en dan ontspint zich in de volle zaak een dialoog tussen een Nederlandse biker die aan de schijt is en een vriendelijke apothekeres die net zo matig Engels spreekt als ik Pools. Bovendien heb ik "shit" niet gehad op de Poolse les dus er zit niet anders op dan met behulp van bewegingen en geluiden de diagnose te laten stellen. Het geeft aanleiding tot enige hilariteit maar het lukt!

Ik krijg pillen. Wat ik er mee moet doen is niet duidelijk. Dan belt ze haar man die goed Engels spreekt en na de telefoon een paar maal heen-en-weer geschoven te hebben, is het allemaal duidelijk. Direct één pil en mocht het dan niet over gaan, dan kan ik nog een pil nemen. Onverbeterlijke optimisten zijn het toch die Polen. Het is zo hardnekkig dat ik de hele strip met pillen verorber en zelfs dan is mijn lijden nóg niet helemaal voorbij.

Op camping 197 in Malbork boeken we een kamer. Alweer zo'n mooie camping, ruim, rustig, goed sanitair en ook de kamer is zeer redelijk geprijsd.

Dag 11

Ulli bekijkt Marlbork, de burcht die door de Teutoonse ridders gebouwd werd en rond twaalven stappen we weer op richting Kosewo. In dit kleine dorpje niet ver van Mrągowo, midden in het prachtige merengebied, heeft een oud-leerling van mij een huisje gebouwd waar hij, dank zij het Poolse klimaat minder last heeft van zijn lichamelijke ongemakken. Al jarenlang heeft hij me gevraagd eens op bezoek te komen.

Onderweg leggen we aan bij een klein wegrestaurantje in Dzierzgón waar pani Krause eieren beschildert. Haar hele zaak legt(!) er vol mee. Eieren in allerlei soorten en maten. We raken in een geanimeerd gesprek verwikkeld en uiteindelijk beschildert ze twee eieren met "Honda" en onze namen.

 

Haar man komt er ook gezellig bij zitten, brengt ons op de hoogte over de talloze Ukraïners die in deze buurt wonen en volgens hem kunnen de vrouwen maar een ding goed wat hij aangeeft met een niet mis te verstane beweging van het onderlichaam. Bovendien zetelen in de regering  in Warschau alleen maar joden en ja... hij hoeft niet aangespoord te worden, hij zegt van zichzelf dat hij racist is. Zoveel eerlijkheid... ik voel me er wat ongemakkelijk bij.

Na deze blik op de interne politiek verhoudingen gaan we verder naar Kosewo. U moet weten dat het Country House hotel in dat plaatsje gerund wordt door de welbekende Nederlander Max Middelbos, die van het Harley museum in Raalte. Nu hebben wij niet de routebeschrijving gevolgd maar komen van de andere kant. Het eerste plaatsje dat je dan tegen komt heet Kosewo G. Ach, zo'n extra G., wie let daar nu helemaal op?

Het plaatsje is niet groot, ik rijd voorop en ben er zomaar doorheen. Dus keren op een allerakeligst smal weggetje en dat is toch wel een nachtmerrie voor Ulli die net als ik, moeite heeft de 500 kg van zijn GL 1500 met bepakking in bedwang te houden. Dan zie ik een meertje met een behoorlijk groot huis er bij, zou dat het Country House zijn? Ik volg het zandpad naar beneden. En inderdaad, er staat een auto bij het huis met het Country House logo er op.

Ik bel dus mijn kennis met de mededeling dat we er zijn. Hij komt zo. Dat zo duurt echter nogal. Hij belt mij en vraagt waar we precies staan, ik bel hem nog eens en hij vertelt me dat ik omhoog moet. Dat kan daar ook, dus Ulli pakt eerst zijn okselfris en rijdt dan achter me aan het zandpad tegen de berg omhoog. De beschrijving klopt, er staan wat huizen maar mijn kennis is er niet. Wat Pools geprobeerd en uit het handgezwaai maak ik op dat we verder moeten, er is nóg een dorpje dat Kosewo heet... zonder G. Ja, weet ik dat die Middelbos twéé panden bezit in deze uithoek... Weer keren, deze maal op een nóg smaller weggetje en dan ook nog in het rulle zand!

Het weerzien is aangenaam, de vodka en de piwo smaakt geweldig en ik bezoek ook nog even het Country House hotel omdat Michel van Dam van Promotor er ook is om een artikel te schrijven over het merengebied. Helaas we missen elkaar, want hij werkt. Hij werkt, begrijpt u! Deze man wordt betááld om vakantie te houden J ! U vindt het artikel in de Promotor van augustus 2004, het is voor abonnees op de website nog na te lezen. Overigens is het hotel maar een zeer beperkte periode geopend, eigenlijk alleen nog maar in de zomermaanden.

Dag 12

Ik ben vroeg op. Ulli in mijn vriend zijn gisteravond lang doorgegaan, stoute dingen gedaan in de grote stad en moeten uitslapen. Er is geen brood in huis. Geen beleg, alleen koffie. Buiten wenk ik de buurman die een half brood komt brengen. Fijn, alles delen we samen.

Wat was het hier gisteravond toch mooi. Helemaal donker, geen straatverlichting, niets. Alleen de sterrenhemel. Gelukkige jongens die Middelbos en deze kennis van mij.

Als iedereen bij de pinken is, vertrekken we. Deze keer weiger ik Ulli's motor het weiland uit te rijden, hij moet het nu zelf maar doen. Dat lukt en in een rotgang rijden we naar de Litouwse grens waar onze papieren worden gecontroleerd door een paar douaniers met van die petten met zo'n enorme klep er aan waar destijds de communisten hun gezag aan moesten ontlenen. Maar we mogen snel door en racen naar Kaunas. Nou ja racen... je mag 90 in Litouwen en op de enige snelweg die het land rijk is af en toe 110.

Links en rechts wat grauwe huisjes en zandwegen. Veel zandwegen, meer nog dan in Polen, maar de kwaliteit van de verharde wegen lijkt wel beter.

In Kaunas rijden we over de zes(!) baans rondweg om de stad en vinden ergens een hotel. Er wordt goed Engels gesproken, iets wat later in de hoofdstad Vilnius ook opvalt. We lopen over de prachtige allee in het middel van de stad en vinden op een knus pleintje een mooi restaurantje. Nadien ontmoeten we in een café (Bar Kaunas Blue Orange) aardige mensen waaronder een paar Litouwse bikers. Er is binnenkort een groot bikerfeest maar dan moeten wij helaas al weer op de terugweg zijn.

Ik leer mijn eerste Litouws: als je bedankt moet gewoon even niesen, het klinkt tenminste als "Aatsjoe"!. Het valt op hoe goed velen Engels of Duits spreken, hoe rustig en schoon de steden zijn. Weliswaar is veel achterstallig onderhoud aan gebouwen en wegen, maar er is ook al heel veel opgeknapt.

Dag 14

Het ontbijt is een waar feest! Van allerlei vissoorten tot ik weet niet wat. En dan nog een heerlijk mok koffie op het balkon dat uitkijkt over de allee die door het centrum van Kaunas loopt. Prachtig. Mijn ogen zwerven van links naar rechts en van rechts naar links en terug en terug en nog eens. Er is een vrouwenoverschot in Litouwen en dat is te zien aan de concurrentie-opmaak. Een lust voor het mannelijk oog.

In een uurtje rijden we naar Vilnius. Bij het toeristenbureau leg ik eindelijk de hand op een goede landkaart en een taalgidsje. Ik koop de halve voorraad ansichtkaarten op om al mijn kennissen deelgenoot te maken van onze nieuwe buur.

's Avonds gaan we na het eten naar het muziekcafé Bodvejus. Twee mannetjesputters aan de deur, controle op wapens, als dat nodig is neem ik straks wel een taxi terug! Elke avond een live-optreden en daarna meestal disco. Ik houd erg van live muziek omdat ik zelf ook af en toe optreed. Als de band uitgespeeld is, wordt het drukker. Al gauw zitten er drie mooie meiden aan onze tafel. Wat Litouwse vrouwen nodig hebben, vraag ik  aan Saule, wat 'zon' betekent. "Alles" is haar antwoord. De dames stappen op, maar nog geen drie tellen later zitten er vier verse. Mindaugē danst graag en we leven ons uit. Een bar heet in het Litouws 'Barras' en als u graag tot in de late uurtjes doorgaat, kunt u volgens haar het best naar de Ministerija gaan.

We sluiten de avond af met een bezoek aan de plaatselijke striptent, want u weet... dat hoort nu eenmaal bij echte bikers. Eerst krijgt Ulli een speciale voorstelling en daarna ben ik aan de beurt. De danseres kronkelt wellustig over mijn schoot... Ja, ja... ik weet het, ú  zou het nóóit doen... Ik ook niet meer want haar drankje kost me 45 van die litvas.

Dag 15

Tien uur ontbijt. Het is zondag en ik werk mijn e-mail af in de lobby van het hotel. Wandel daarna de oude stad rond en bekijk de wisseling van de wacht bij het presidentieel paleis. Alle drie onderdelen van de krijgsmacht zijn hierbij vertegenwoordigd: land-, zee- en luchtstrijdkrachten.

Terug in het hotel stort ik ook weer in en gezamenlijk maffen we als twee ouwe mannen een gat in de middag.

's Avonds gaan we eten in restaurant Kaimas aan de Voleiečiu. Absoluut aan te raden, alles is perfect, bediening, eten, opmaak van de borden, aankleding en interieur en met de prijs is ook niets mis, ongeveer 15 euro voor twee personen.

Ulli taait af en ik ga nog even naar Bodvejus en maak kennis met Jonas Baltokas die er optreedt. Ik koop zijn cd "Komunalines dainos" want het is mijn gewoonte altijd een cd te kopen van een noest werkende singer/songwriter.

Opvallend is het aantal bedelaars op straat. Meest zijn het Russen die na de perestroika en de daaropvolgende onafhankelijkheid tot derderangs burgers zijn geworden. Vele zijn teruggegaan naar Rusland maar een flink percentage is achtergebleven. Ik heb de indruk dat ze gekoeioneerd en genegeerd worden door de Litouwers. Iets kan ik me daarbij wel voorstellen.

Dag 16

Opstaan, inpakken, betalen en wegwezen. Ieva, de receptioniste met de Russische moeder en bijbehorende, onpeilbaar diepe, zwarte poelen als ogen, heeft me gister aangeraden Trakai te bezoeken. Ooit de eerste hoofdstad van de Litouwse staat, ligt dit klooster-kasteel in een meer niet ver van Vilnius. Inderdaad, het is erg mooi.

Maar dan? Hoe kom je Litouwen weer uit? We rijden links, we rijden rechts, we keren terug op onze schreden, maar wat we ook doen de enige borden die we te zien krijgen wijzen allemaal naar... Vilnius. Ben je er eenmaal, dan laat het land je niet zomaar weer gaan.

Het duurt nogal, zelfs de verharde weg houdt plotseling op en we moeten een kilometer of vijftien over de gravel. Tenslotte dreigen we in een Wit Russische gevangenis te verdwijnen, maar net voor de grens wijst het pijltje op mijn gps op mijn navigatiefout en keren we om. Net op tijd. Een illegale grensoverschrijding wordt in Bełarus beloond met veertien dagen cel. Pas daarna gaat men het land van herkomst ervan op de hoogte stellen dat de verloren gewaande burger in een van hun kerkers wegrot.

Tanken en betalen met een creditkaart lukt hier niet meer. De laatste litas worden bijeengeschraapt en aangevuld met een biljet van vijf euro en dan doemt al snel de Poolse grens weer op.

We houden stevig de gang er in. Even een keer tanken bij een station waar alle maaltijden uit de magnetron komen en men niet zo heel vriendelijk naar ons kijkt. En dan zijn we al bijna bij ons volgende reisdoel: Białoweskie Park Narodowy (nationaal park) net onder Białistok, het laatste stukje overgebleven oerbos in Europa waar de Europese buffel (de Wisent) nog rondloopt.

Een camping, een fiets en een gids zijn snel geregeld en ik eet de laatste pil tegen de schijterij. We eten heerlijk in een traditioneel Pools restaurant.

Dag 17

Onder de bezielende leiding van Maria, onze gids gaan we het park in. Met nog een Nederlander vormen we een groepje van drie. Het is mooi, het is indrukwekkend, het is bijzonder, het is ook een beetje saai. Al die omgevallen bomen waarvan Maria precies weet wanneer deze omgevallen zijn en hoe lang ze er al liggen. Er wordt niets in het bos gedaan, alles groeit, bloeit, sterft en vervalt tot humus net zo als duizenden jaren geleden. Alleen de paden worden vrijgehouden. Valt er een boom over het pad dan zaagt men een stuk ter breedte van het pad uit de gevallen woudreus en legt dit er naast.


Slechts een paar kilometer richting gevangenis in Belarus!

Buiten de paden betreedt de mens het bos alleen om bij een aantal geselecteerde en gemerkte bomen tellingen uit te voeren. Het valt mij op dat de gehele ondergrond in het bos begroeid is, iets wat je in de Nederlandse bossen met zijn vaak grote stukken monocultures niet ziet.

En dan die muggen!!!

Ik mep er een paar naar de andere wereld en dat komt mij op een berisping van Maria te staan. "Je mag ze niet doodslaan want het zijn ook schepselen van God en "...man kan ruhig ein tropfchen Blut spenden..."  Mocht ú ooit gaan, neem de beste muggenolie mee want anders ziet ook uw rug er na een tocht van een uur of drie, vier uit als een pokdalig bultenlandschap.

De rest van de dag verslaap ik en 's avonds eten we een van de dieren uit het oerbos, nou ja een klein deel ervan dan, een wisentlapje. Terug op de camping pak ik mijn Martin reisgitaar en zingen we samen nog menig schoon lied. Niemand zingt echter mee zoals we op andere campings wel meemaakten, zelfs niet dat Duitse ornithologen echtpaar dat toch "so einfach mit uns redet". Wel vraagt een Nederlandse vrouw mij de volgende ochtend wie er gisteravond toch zo mooi zong....

Dag 18

Vroeg op, inpakken en dan halen we toch onze geplande stop Częstochowa niet. De Poolse wegen zijn overvol met langzaam vrachtverkeer zodat 500 kilometer per dag ongeveer wel het maximum haalbare is. En ja ook in 2004 zijn ze er nog steeds: paard en wagen en trucks die steenkool vervoeren, als brandstof voor de verwarming van de huizen welteverstaan. Autowegen zijn er alleen rond Warschau en enkele andere grote steden en uiteraard is er de bekende weg in het zuiden van de Duitse grens naar de Oekraïne via Wrocław en Kraków.

Kielce is het maximaal haalbare. We boeken een mooi hotelletje. Vriendelijke mensen en als de gerant en zijn hulpje even op de motoren mogen zitten bij het maken van een foto levert dat een ansichtkaart en een folder van hotel Karzczówka op.

Dag 19

Het is vandaag erg rustig op de weg. Over mooie wegen belanden we nog even in Kazimierz Dolny waar ooit het kasteel van een van de grootste koningen van de Polen stond, zeg maar de geboortewieg van de Poolse staat. We stoppen naast een paar straatmuzikanten en ik pak mijn gitaar uit om even mee te doen.

Als we Częstochowa binnenrijden en de afgezette straten zien, de processies en de honderden mensen die zich kalm en rustig in de richting van het bedevaartsoord Jasna Góra begeven, begrijp ik dat het op deze donderdag zo rustig is omdat er een religieuze feestdag is. Daar staan we dan met onze Goldwings temidden van de processies, de preken en het gezang dat uit de overal opgehangen luidsprekers klinkt. Na met een beetje schaamrood op de kaken een cappuccino gedronken te hebben, maken we ons zo geruisloos mogelijk uit de voeten. Die nieuwe tweedehands uitlaten komen nu toch van pas....

Eén keer vallen we deze vakantie voor een MacDonalds in Oppole en daarna duurt het ook niet lang meer of arriveren in Ląndek Zdrój, niet ver van Kłodzko in het zuidwesten van dit mooie land. Het treffen van de Poolse Goldwing club wacht op ons.

Ulli kondigt aan deze donderdagavond te zullen benutten om voor het eerst in drie weken dronken te worden en hij voegt de daad bij het woord. Ik doe dat eigenlijk nooit en heb er ook niet zoveel mee op en zeg dat hij niet op mij hoeft te rekenen om zijn tent te vinden. Geen probleem, zegt hij: "Ich krieche durch die Wiese". Ik heb een hernieuwd weerzien met enkele leden van de Apeldoornse groep waarmee ik jaren en jaren geleden voor het eerst Polen bezocht en die mij de liefde voor dit land bijbrachten.

Dag 20

Om negen uur breng ik koffie, worst en brood als ontbijt naar Ulli's tent. Hij zit rechtop en houdt met beide handen zijn hoofd vast. "Du bist ein richtiger Freund", kreunt hij. Als hij zich buiten de tent waagt, klinkt het van alle kanten "Hallo Ulli"! "Ik ga naar huis, iedereen kent me nu al", zegt hij. Het komt ook beter uit met zijn werk.

Ik blijf nog tot het eind van het weekend en nadat hij vertrokken is, maak ik voor mezelf een mooi rondje. Prachtige bergweggetjes zijn er te rijden van Złoty Stok via Ląndek Zdrój naar Bolesławów. Ik geraak voor een afgesloten grensovergang naar Tsjechië. Even overweeg ik tussen de bloembakken door te laveren, het is immers nu allemaal EG. Maar net als ik op wil stappen komt daar de Granica, de grenswacht in een Landrover patrouilleren dus ik zie er maar van af. "Picknick"? vraagt de potigste van de twee.

Even door Kłodzko op de weg naar Walbrzych kun je links de berg op naar een klein maar prachtig gelegen restaurant met de naam Kukułca. Een afgrijslijke slecht wegdek maar een adembenemend mooi uitzicht over de stad. Ik ontmoet er een ouder Duits echtpaar die er hun in de tweede wereldoorlog verloren gegane bezittingen in ogenschouw komen nemen. Jammer, alle onroerend goed dat voor die tijd Duits privaat eigendom was, hoort nu aan de Poolse staat die het meestal verhuurt aan zijn burgers.

 

Zoals gewoonlijk laat de Poolse club 's avonds laat drie dames aanrukken om zich uit te kleden. Enige tientallen bikers bieden zich aan om behulpzaam te zijn terwijl hun vriendinnen of echtgenotes met kritische blikken kijken hoe het moet.

Ik raak later met één van hen, een mooie blondine aan de praat en ja, ze doet ook nog wel wat anders dan strippen. Vijftig euro is de vraagprijs, nou dat lijkt me wel wat. Ze moet even overleggen met haar zaakwaarnemer, maar ze vertrekt richting aanpalend hotel evenals de top van de Poolse motorclub. Wat mij na ampele overwegingen tot de conclusie brengt dat zelfs een hoer nog niet met mij wil neuken. Zou ik dan toch zo lelijk zijn???

Er volgt nog een ongekende wolkbreuk en ik waad door enkeldiep water naar mijn tentje. Klam, nat en ellendig leg ik het moede hoofd te ruste en besluit een dag eerder naar huis te gaan.

Dag 21

Maar na de tweede kop koffie klaart de lucht op en met de derde in de hand zet ik mij aan een tafeltje met een Pools gezelschap. Richard, zijn vrouw Barbara, hun dochter Magda, vriend Marcin, Leta, Tomek en nog een Tomek en dan nog één, vormen een gezellige vriendenclub. Ze gaan naar de Flagparade in Kłodzko en daarna naar een uraniummijn in Kletno. Ik mag mee.

Allemaal een helm op en dan krijgen we tekst en uitleg over de fluoride- en uraniumwinning. Ten tijde van de koude oorlog haalde de Russen hier tonnen uraniumerts uit de grond. De werkers uit de dorpen rondom mochten wegens de straling maar twee contracten van een half jaar uitdienen. Het betaalde echter zo goed dat velen er nog een contractje aan vast knoopten en nog één... Van deze mensen leeft er bijna geen een meer.

Copyright Kletno mijn

In een zijgang ligt een stukje uraniumerts onder een stolp op een tafeltje met een antieke Russische geigerteller er bij. Het ding knettert dat een lieve lust is. Het erts is gitzwart als de dood. Hoewel ik beter weet, geloofde ik ergens toch dat het radioactieve verval in de vorm licht te zien zou moeten zijn.

Mijn tent ruikt nog steeds klam en muf. Ik ga dus maar weer koffiedrinken in de feesttent. Bij de prijsuitreiking blijkt dat de aanwezig 235 motorfietsen samen in totaal maar liefst een afstand van drie maal rond de wereld hebben afgelegd om hier te zijn.

Ik koop het laatste T-shirt van de club Motor Turista, praat met mijn vriend uit Bełarus, met Marcin, dans een uur met een woeste dame uit Warschau die mij toevertrouwt wel 1000 kilometer op één dag te kunnen rijden op één van haar twee Goldwings. Nou mooi dan, denk ik, zeker een van die vrouwen die testosteron slikken, wat de nieuwe hype schijnt te zijn. Als ik eindelijk moe ben, ga ik tevreden slapen, alleen... ik maak mijn eigen hormoon en heb maar één motorfiets.

Dag 22

Bij het inpakken van de tent moet ik tientallen naaktslakken van het doek verwijderen. Ze zitten overal, ik heb er zelfs één in mijn schoenen geplet. Binnendoor rijd ik naar de grensovergang met Görlitz waar ik op het prachtig gerestaureerde marktplein nog een lekkere lunch verorber. Aan de Duitse kant dan want het Poolse deel, Zgorzelec genaamd ziet er nogal vervallen uit. De rest van de Duitse autobahn is langweilig maar snel. En 's avonds ben ik weer thuis in Kampen waar de beide katten mij miauwend verwelkomen.