Niet Altijd Lente
Je vlinder fladdert in mijn buik
Je laaft de leegten in mijn ziel
Je prikt prenten op mijn ogen
Je houdt mijn hand heel even
En 't voorkwam dat ik zomaar viel
Je denkt mijn talloze gedachten
Je fluistert alleen nog maar jouw naam
Je stem klinkt klanken in mijn oren
Je blik brandt mijn bonzend hart
En ik zie je achter 't gesloten raam
Ik wou je, ik wil je en ik zal je willen
Veilige vergeefsheid perst een traan
De ring, de vriend, de vrolijke vertrouwelijkheid
Het licht lacht minzaam, gaat ten onder
Morgen zal ik vergeten, morgen zal 't beter gaan
© Gerrit Bruijnes
27 april 2008